De zorgexploitatie van gisteren belemmert de vernieuwing van morgen
De manier waarop we de langdurige zorg financieren is zorgvuldig opgebouwd en jarenlang werkte dat prima. Maar de werkelijkheid verandert sneller dan de rekensom. Terwijl personeel schaarser wordt en vernieuwing nodig is, wordt er gewerkt met kaders die stammen uit het tijdperk van de zorgzwaartepakketten (ZZP’s). Het is dus tijd om opnieuw te kijken naar de zorgexploitatie: waar ligt ruimte om te vernieuwen, en wat betekent dit voor de interne budgettering (begroting)?
Hoe ziet de interne budgettering er nu uit?
Per 1 januari 2008 veranderde de financiering van de langdurige zorg ingrijpend. De zorgzwaartebekostiging deed haar intrede met de komst van de ZZP’s. Het idee was simpel: hoeveel zorg heeft een bepaalde groep cliënten gemiddeld nodig? Denk aan uren verpleging, begeleiding, dagbesteding en verblijf. Die tijdsinzet werd zorgvuldig gemeten. Daarna kwam de rekenmachine op tafel en werd gekeken naar de andere kosten die een zorgaanbieder maakt. Dat leidde tot een landelijk normtarief per ZZP. Dat tarief fungeerde als maximum. Binnen dat kader maakten zorgkantoren en aanbieders hun afspraken.
Het tarief van een ZZP bestaat grofweg uit vijf componenten:
- Personele kosten voor de directe zorg: het woonbudget, eventueel aangevuld met een dagbestedingscomponent en/of behandelingscomponent.
- Inventaris: de normatieve inventariscomponent (NIC).
- Materiële kosten: denk aan voeding, linnengoed en schoonmaak.
- Opslag voor overhead: de staf- en ondersteuningskosten.
- Huisvesting en onderhoud: de normatieve huisvestingscomponent (NHC).
Diezelfde opbouw zie je ook vaak terug in de interne budgettering. De eerste drie onderdelen vormen de zorgexploitatie. Het vierde onderdeel – de overhead – wordt doorbelast aan de zorg. En de laatste component hoort bij de vastgoedexploitatie.
Zo zie je: achter een simpel ZZP-tarief schuilt een zorgvuldige rekensom én een logica die tot voor kort goed doorwerkt in hoe we binnen de langdurige zorg begroten en sturen.
De huidige budgettering belemmert vernieuwing
Inderdaad, tot voor kort. Vandaag draait vernieuwing in de zorg vooral om één vraag: hoe kunnen we goede zorg blijven leveren terwijl er steeds minder personeel beschikbaar is en de zorgvraag toeneemt?
De huidige opbouw van de tarieven sluit daar onvoldoende op aan. Het risico is dat zorgorganisaties financieel blijven sturen op oude budgetten en kaders, terwijl de praktijk juist vraagt om flexibiliteit en ruimte voor vernieuwing.
Neem de kosten die samenhangen met vrijwilligers, de inzet van technologie, domotica of andere innovaties die zorgen voor vernieuwing: de kosten daarvan passen niet netjes in één van de vijf componenten van het ZZP-tarief. Daardoor vallen ze vaak buiten de zorgexploitatie en worden ze geboekt bij de overhead of de vastgoedexploitatie. Zo zit domotica niet in het tarief van de zorg en ook niet in het tarief van het vastgoed. Simpelweg omdat domotica in 2008 nog geen gemeengoed was bij het bepalen van het tarief.
Het gevolg laat zich raden: de zorgexploitatie blijft gelijk, terwijl de doorbelasting vanuit staf of vastgoed stijgt om de vernieuwing te bekostigen. En voor je het weet, ontstaat er een discussie dat ‘de doorbelasting omlaag moet’, met het risico dat de vernieuwing juist stilvalt.
Ruimte maken in de zorgexploitatie
Als zorgorganisaties niet willen vastlopen met hun vernieuwing, zullen ze ook hun interne budgettering moeten veranderen. Dat begint bij de zorgexploitatie. We weten dat er minder personeel beschikbaar is, dus het ligt voor de hand om daar een deel van het budget – personele kosten voor de directe zorg – vrij te spelen.
Dat geld kun je inzetten voor vernieuwing: technologie en domotica. Voor kosten die samenhangen met vrijwilligers of andere innovaties die helpen om de zorg anders en slimmer te organiseren.
Die verschuiving vraagt ook iets van de manier waarop we verantwoordelijkheid zien. Omdat het budget voor vernieuwing nu bij de zorg ligt, in plaats van centraal, ontstaat er integrale verantwoordelijkheid. Niet alleen voor de inzet van personeel of vrijwilligers, maar ook voor de keuzes voor technologie, domotica of andere innovaties.
Wie ruimte maakt in de zorgexploitatie, creëert niet alleen financiële ruimte, maar ook handelingsruimte om de zorg van morgen vorm te geven en betaalbaar te houden.
Auteur: Edwin Kalbfleisch
Edwin Kalbfleisch wil met zijn blogs het financieel management in de zorg versimpelen en daarmee een brug te slaan tussen de theorie en de praktijk. Hij zit in het Raad van Bestuur bij De Zorgcirkel en is schrijver van het boek ‘Financieel management in de zorg ontcijferd’.