Transformeren: zo eenvoudig mogelijk!
We mogen ons in Nederland gelukkig prijzen met een hoog niveau van zorg. Hoewel mensen dit soms anders ervaren, is de zorg in ons land over het algemeen goed geregeld. Tegelijkertijd kent het ook keerzijden: de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg staan onder druk.
Om de schaarste in de zorg op te vangen is rigoureuze transformatie nodig. De veldpartijen sloten akkoorden en stelden transformatiemiddelen beschikbaar om deze verandering bestuurlijk en financieel te steunen. De administratieve lasten die met deze middelen gepaard gaan, doen echter een afbreuk aan de bedoeling en belemmeren een voortvarende uitvoering van de transitie.
Kluwen van akkoorden
Het vraagt om te beginnen al heel wat om een scherp beeld te krijgen van de akkoorden die zoal gesloten zijn en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Hieronder een aantal akkoorden die de ouderenzorg raken:
- Met het Integraal Zorgakkoord (2022) beogen de veldpartijen de beweging naar passende zorg.
- Het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (2022) zet in op toekomstbestendige zorg: ‘zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal al het kan’.
- Om de zorgvraag te temperen stimuleert het Gezond en Actief Leven Akkoord (2023) gezondheid, preventie, sociale basis en vitale leefomgevingen.
- Ter verdieping, verbreding en versnelling van de doelen in de voorgaande akkoorden zijn recent het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (2025) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (2025) gesloten.
Opgeteld beslaan deze vijf akkoorden bijna 400 pagina’s (!) met ambities en afspraken voor toekomstbestendige zorg.
En dit is nog niet alles. De Raad voor de Volksgezondheid & Samenleving geeft in haar recente adviesrapport ‘Het rimpeleffect’ – terecht – aan dat uitdagingen rondom de verouderende samenleving een andere kijk, aanpak en sturing vergen dan tot heden gebeurt. Wie weet welke akkoorden en plannen daaruit nog zullen volgen!
Transformatiemiddelen
De ingezette transformatie brengt ook heel wat transformatiemiddelen met zich mee. Terecht, zorgorganisaties hebben immers financiële ruimte nodig om de veranderingen te kunnen doorvoeren en zich daarmee op de toekomst voor te bereiden.
Tegelijkertijd vragen wij ons af of de manier waarop deze middelen beschikbaar komen en moeten worden verantwoord, tegemoetkomt aan de breed gedeelde ambitie om de administratiedruk radicaal te verminderen. Wij signaleren dat zorgorganisaties de middelen op allerhande manieren moeten aanvragen, registreren, verantwoorden en (eventueel) laten controleren.
Voorbeelden transformatiemiddelen
- Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg
- Stimuleringsregeling E-Health Thuis
- Specifieke uitkering domeinoverstijgend samenwerken
- Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
- Sectorplan Plus
- Regionale Transitiemiddelen Wlz
- Transformatiemiddelen IZA
- Strategisch opleiden in zorg en welzijn
Het is duidelijk dat het ingewikkeld is om alle subsidievoorwaarden in beeld te krijgen, te doorgronden op toepassingsmogelijkheden, de naleving ervan actief te monitoren en hier ook aantoonbaar eraan te voldoen. Daarnaast bestaat, door de gelijkgerichte transformatiedoelen, de kans dat de transformatiemiddelen elkaar (deels) overlappen in doelen, activiteiten en baten en lasten. Dit roept de centrale vraag op hoe deze middelen organisatorisch, administratief en op andere wijze adequaat van elkaar te onderscheiden zijn.
Bovendien vraagt de uitvoering van akkoorden en programma’s regelmatig om inrichting van een specifieke (al dan niet verbijzonderde) beheerorganisatie met de nodige ‘toeters en bellen’. Denk bijvoorbeeld aan verplicht gestelde samenwerkingen, waarvoor juridische en fiscale constructies moeten worden uitgedacht, een deugdelijke (project)administratie moet worden opgezet en waarbij de governance de nodige waarborgen vergt (directievoering, projectleiding, werk- en stuurgroepen, subsidiecoördinator, et cetera). En dan hebben we het nog niet eens over de organisatie- en advieskosten die zo’n beheerorganisatie met zich meebrengt…
Voorbeeld samenwerking – IZA
Binnen het IZA stellen zorgaanbieders, zorgprofessionals, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en gemeenten gezamenlijk plannen op voor zorgtransformaties. Volgens de ZN-handreiking vergt dit onder andere een bijpassende projectorganisatie, inclusief stuurgroep, en sluiten zorgverzekeraars uiteenlopende contracten met deelnemers, elk met een eigen uitbetaalroute (al dan niet met behulp van kassiersconstructies).
Hoe dan wel?
We kunnen de conclusie trekken dat het (nóg) ingewikkeld(er) is geworden! Hoe kan het makkelijker? Zonder het enthousiasme rondom de idealen en ambities voor de transformatie naar toekomstbestendige zorg te temperen, zien wij goede alternatieven rondom de verantwoording ervan.
Uiteraard vinden wij het vanzelfsprekend dat zorgorganisaties kritisch inhoudelijk worden bevraagd. Rondom de manier van aanvragen, registratie, verantwoording en (eventuele) controle zien wij echter concrete mogelijkheden om de transformatie (sterk) te versimpelen: dit onder het adagium ‘zo eenvoudig mogelijk’ en gebaseerd op meer onderling vertrouwen. Hiervoor doen wij een paar suggesties waarbij wij ons als zorgfinancials richten op het financiële perspectief – (verantwoording over) de inhoudelijke transformatie valt buiten het bestek van dit artikel.
Aansluiten bij bestaande structuren
Wij pleiten ervoor om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande manieren van verstrekking van en verantwoording over financiële middelen. Dit kan bijvoorbeeld door transformatiemiddelen niet separaat ter beschikking te stellen maar als opslag op bestaande gecontracteerde tarieven. Dit levert onder meer voordelen op rondom een eenduidig aanvraag- en verantwoordingsproces waar zorgfinanciers en zorgorganisaties bovendien al vertrouwd mee zijn.
Eenmalig en eenduidig verantwoorden en controleren
Als bestaande verantwoordingsprocedures niet toereikend zijn, pleiten wij ervoor dat zorgfinanciers gezamenlijke kiezen voor een eenmalige jaarlijkse verantwoording en (eventuele) controle, volgens de beproefde Single Information Single Audit-systematiek die gemeenten al gebruiken. Toepassing van deze systematiek voorkomt versnipperde verantwoording met uiteenlopende voorschriften en onnodige controledruk. Bijkomstig voordeel is dat bestaande verantwoordingen en controles (zoals de Wlz-nacalculatie en de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet) hier prima bij ingepast kunnen worden. Twee vliegen in één klap dus.
Voorbeeld subsidievoorwaarden – Handleiding projectadministratie MDIEU
Alle projectkosten moeten gekoppeld zijn aan activiteiten en bijbehorende prestaties, producten en diensten. De prestatielevering kan worden onderbouwd met verslagen, uitnodigingen, publicaties en opgeleverde producten. Urenregistratie vindt plaats op het niveau van subsidiabele activiteiten en voldoet aan deze specifieke eisen:
- Uren worden vastgelegd per projectactiviteit en overige werkzaamheden.
- Voor projecturen wordt aangegeven welke subsidiabele activiteiten zijn verricht.
- Registratie wordt binnen een maand geparafeerd en gedateerd door medewerker en leidinggevende.
- Bij elektronische systemen gelden interne autorisatietermijnen.
- Bij thuiswerken volstaat akkoord per e-mail; deze mails en registraties worden bewaard volgens gestelde termijnen.
Auteur: Matthias Stout
Namens Commissie Aanpak Administratieve Lasten (CAAL) van Fizi.