Blog

Wibz en winstnormering: symptoombestrijding of echte oplossing?

Nieuwe regels rond winstuitkeringen

Eind januari 2025 is het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Een belangrijk onderdeel van dit voorstel is de modernisering van de regels voor winstuitkeringen in de zorg. Dat is opvallend, omdat er binnen het IZA juist afspraken zijn gemaakt om de regeldruk te verminderen en wetgeving te versimpelen. Voor winstuitkeringen wordt nu echter een ingewikkelde regeling voorgesteld. In dit artikel gaan we daar, aanvullend op onze eerdere publicatie, dieper op in.

Een ruime definitie van winstuitkering

De eerste complexiteit zit in de voorgestelde definitie van ‘winstuitkering’. Deze is breed opgezet en bovendien negatief geformuleerd, met als doel de mogelijkheden tot ‘ontduiking’ door zorg- en jeugdhulpaanbieders zo klein mogelijk te maken.

Concreet betekent dit dat iedere uitkering of betaling (in geld of natura) als winstuitkering geldt, tenzij een van de uitzonderingen in de definitie van toepassing is. Uitzonderingen gelden bijvoorbeeld voor:

Kan een uitkering of betaling niet bij een van deze uitzonderingen worden ondergebracht, dan is er sprake van winstuitkering. Het is aan de aanbieder om aan te tonen dat een uitzondering geldt. Daarmee zijn discussies over de aard en hoogte van betalingen of uitkeringen (excessief of niet, symbolisch of niet) te verwachten.

Het uitgangspunt blijft: winstuitkering verboden

Wanneer een uitkering of betaling onder de definitie van winstuitkering valt, gelden de regels van de Wibz. En die brengen geen vermindering van regeldruk met zich mee.

Het uitgangspunt blijft namelijk dat zorgaanbieders in principe geen winst mogen uitkeren. In een uitvoeringsbesluit worden, net als nu, vormen van zorg aangewezen waarop dit verbod niet van toepassing is. Voorlopig lijkt de huidige indeling te blijven bestaan: intramurale aanbieders mogen geen winst uitkeren, terwijl extramurale aanbieders, onderaannemers en jeugdhulpaanbieders dat wel mogen. Toch kan dat op termijn veranderen. Bovendien wordt de reikwijdte van het winstuitkeringsbegrip in de Wibz, zoals hierboven beschreven, aanzienlijk uitgebreid.

Daarnaast geldt: zodra een zorgaanbieder óók zorg verleent die onder het verbod valt, mag er in het geheel geen winst meer worden uitgekeerd. Dit geldt ongeacht of er daarnaast ook activiteiten zijn die wel onder de uitzonderingen vallen. Uit de wettekst blijkt duidelijk dat winstuitkering alleen is toegestaan als uitsluitend uitgezonderde zorg wordt verleend. Dat is overzichtelijk, maar streng. Het stimuleert zorgaanbieders om activiteiten onder te brengen in afzonderlijke juridische entiteiten, zodat niet alle winstuitkeringen geblokkeerd worden door één activiteit die onder het verbod valt.

Voorwaarden als winstuitkering wél is toegestaan

Wanneer winstuitkering niet verboden is, moet de aanbieder voldoen aan de door de Wibz gestelde voorwaarden. En dat zijn er nogal wat. Zo mag er in het betreffende boekjaar geen bestuursrechtelijke maatregel of boete van de IGJ of NZa, of strafrechtelijke veroordeling wegens overtreding van de Wmg, van kracht zijn geweest. Met andere woorden: de aanbieder moet aantoonbaar ‘goed gedrag’ hebben vertoond.

Ook moet er regelmatig cliënttevredenheidsonderzoek worden uitgevoerd en moeten de resultaten openbaar zijn gemaakt. De winstuitkering zelf moet zijn goedgekeurd door het bestuur en, indien aanwezig, de interne toezichthouder.

Daarnaast gelden financiële eisen. De aanbieder moet redelijkerwijs kunnen voorzien dat goede zorg kan worden blijven geleverd en verplichtingen kunnen worden nagekomen. Bovendien moet aan bepaalde financiële ratio’s worden voldaan. Al deze voorwaarden moeten zorgvuldig worden vastgelegd, zodat bewijsvoering mogelijk is. Het gevolg: een toename van administratieve lasten.

Regels stapelen zich op

Het doel van de Wibz is om buitensporige onttrekkingen van publieke middelen te voorkomen. Maar de vraag is of dit wetsvoorstel dat daadwerkelijk bereikt.

De nieuwe regels komen namelijk bovenop bestaande normen uit onder meer Boek 2 BW en de Governancecode Zorg, die voor veel aanbieders al relevant zijn. Daarbij maken gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren in de praktijk aanvullende afspraken over winstuitkeringen. Het is twijfelachtig of de nieuwe regeling, bovenop dit geheel, het verschil gaat maken. Zeker omdat zorgaanbieders die actief zijn in meerdere domeinen met verschillende regimes en afspraken te maken krijgen, wat de complexiteit voor aanbieders, financiers en toezichthouders vergroot.

Het risico bestaat dat vooral de bonafide zorgaanbieders de lasten dragen, terwijl de beoogde misstanden nauwelijks worden aangepakt.

Tot slot

Met een nieuwe Tweede Kamer en een nieuwe regering in aantocht, zou het goed zijn dit wetsvoorstel nog eens grondig te heroverwegen.

Auteur: Eldermans | Geerts
Deze blog is geschreven door Eldermans | Geerts. Een advocatenkantoor dat adviseert aan en optreedt namens zorgprofessionals, zorginstellingen en brancheverenigingen in de zorg. Ze beschikken over uitgebreide deskundigheid en ervaring binnen de zorgsector.

Bekijk ook

Zitten zorginstellingen op een pot goud?

In deze blog lees je waarom de jaarrekening van zorgorganisaties een vertekend beeld kan geven van hun financiële situatie.
Blog

Zet de spot op overige indirecte uren en zie de productiviteit van de wijkverpleging groeien

Zet de spot op de overige indirecte uren. Want dáár zit de ruimte. Maar hoe doe je dat eigenlijk?
Blog

Een cliënt intern verhuizen; hoe zit dat juridisch?

Ontdek welke belangrijke lessen er voor zorgaanbieders zijn. Lees onze blog.
Blog