Als zzp’er in de zorg werken: het kan nog steeds – dit leert een recente uitspraak
De Belastingdienst heeft het zwart op wit gezet: er wordt actief gehandhaafd op schijnzelfstandigheid in de zorg. Sindsdien houdt de vraag zorginstellingen en zorgverleners flink bezig. Werkt iemand voor maar één praktijk, op vaste dagen, met taken die naadloos in de organisatie passen? Dan is de reflex vaak: dit voelt als loondienst, dus loopt iedereen risico. Een recente uitspraak van de kantonrechter te Tilburg laat zien dat die conclusie te snel getrokken is.
De casus: een logopedist op de tweesprong
Een logopedist werkte sinds 2024 op basis van een overeenkomst van opdracht voor een dyslexie- en logopediepraktijk. Door de aangescherpte fiscale regels besloot de praktijk eind 2024 dat deze constructie niet langer houdbaar was. De praktijk stelde voor om over te stappen naar een arbeidsovereenkomst, maar de partijen kwamen er niet uit over de voorwaarden. De praktijk beëindigde daarop de samenwerking, en de logopedist stapte naar de rechter.
De rode vlaggen waren er allemaal
Wie de feiten op een rijtje zet, ziet precies de signalen die in de praktijk meestal als waarschuwing voor schijnzelfstandigheid gelden:
- ze werkte voor slechts één opdrachtgever;
- ze behandelde uitsluitend patiënten die via de praktijk werden doorverwezen;
- ze werkte doorgaans op vaste dagen, in de behandelkamer van de praktijk;
- ze gebruikte de materialen en het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) van de praktijk;
- ze betaalde daarvoor geen vergoeding.
Op het eerste gezicht een schoolvoorbeeld van verkapte loondienst, zou je zeggen.
Toch oordeelt de rechter: dit is gewoon zelfstandigheid
Ondanks al deze omstandigheden komt de kantonrechter tot een ander oordeel: geen verkapt dienstverband, maar een terechte zelfstandige relatie. Het kantelpunt? De feitelijke vrijheid waarmee de logopedist haar werk inrichtte. Uit de praktijk bleek namelijk dat zij:
- zelf haar werktijden en planning bepaalde;
- patiënten kon weigeren;
- afspraken kon verplaatsen of annuleren zonder daarvoor toestemming te vragen;
- geen functioneringsgesprekken of inhoudelijke aansturing kreeg;
- zelf bepaalde hoe ze haar behandelingen uitvoerde.
De rechter erkent dat het werk organisatorisch ingebed was in de praktijk, maar maakt een belangrijk onderscheid: de persoon zelf was dat niet.
Eén opdrachtgever is geen automatisch bewijs van loondienst
Deze uitspraak biedt enig houvast voor vergelijkbare situaties, en bevestigt iets dat in de praktijk nog wel eens over het hoofd wordt gezien: het feit dat iemand maar één opdrachtgever heeft, betekent op zichzelf niet dat er geen ruimte is voor ondernemerschap en zelfstandigheid.
Toch blijft het een individuele afweging. De rechtspraak laat zien dat steeds wordt gekeken naar een samenspel van factoren: de mate van zelfstandigheid, de werkinhoudelijke vrijheid en het ondernemersrisico van de opdrachtnemer.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De beoordeling van schijnzelfstandigheid blijft maatwerk: alle omstandigheden van het geval samen bepalen het antwoord, met de feitelijke vrijheid in de uitvoering van het werk als belangrijke maatstaf. Een eenduidig wettelijk kader bestaat daarvoor nog niet.
Wel is het kabinet bezig met de Zelfstandigenwet, die criteria voor zelfstandig ondernemerschap moet vastleggen. Interessant detail: in die plannen is ruimte voorzien om bepaalde sectoren aan te wijzen waarvoor een rechtsvermoeden van werknemerschap geldt. Mocht de zorgsector daarvoor in beeld komen, dan zou sneller worden aangenomen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Of dat gaat gebeuren, is nog onzeker.
Conclusie: generieke aannames werken niet
Deze uitspraak van de kantonrechter Tilburg laat zien dat een sectorale, one-size-fits-all-benadering niet altijd aansluit bij de praktijk. Ook bij ogenschijnlijk duidelijke signalen van schijnzelfstandigheid kan een zorgvuldige, individuele beoordeling tot een andere uitkomst leiden. Voor zorginstellingen en zzp’ers in de zorg is dat goed nieuws, maar het onderstreept ook hoe belangrijk het blijft om iedere samenwerking op haar eigen merites te beoordelen, in plaats van te vertrouwen op vaste vuistregels.
Auteur: Eldermans | Geerts
Deze blog is geschreven door Eldermans | Geerts, een advocatenkantoor dat adviseert aan en optreedt namens zorgprofessionals, zorginstellingen en brancheverenigingen in de zorg. Ze beschikken over uitgebreide deskundigheid en ervaring binnen de zorgsector.