Blog

De gevolgen van de nieuwe geneesmiddelenbekostiging in de GRZ

Er zijn weinig onderwerpen waarover in de zorg zoveel overeenstemming bestaat als over administratieve lasten: ze moeten omlaag. Zorgprofessionals moeten hun tijd kunnen besteden aan cliënten en niet aan registraties, declaraties, controles en het uitzoeken van regels. Vereenvoudiging, minder bureaucratie en meer tijd voor zorg staan dan ook hoog op vrijwel elke agenda.

Tegelijkertijd worden soms nieuwe regels ingevoerd die precies de andere kant op lijken te werken. Een mooi voorbeeld daarvan dient zich aan in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ).

Vanaf 1 januari 2027 verandert de bekostiging van farmaceutische zorg binnen de GRZ. Geneesmiddelen en farmaceutische zorg worden dan niet langer betaald uit het integrale GRZ-tarief, maar via de Zorgverzekeringswet. De kosten verschuiven daarmee van de zorginstelling naar de individuele zorgverzekering van de cliënt.

Op papier is daar een keurige redenering voor. In de dagelijkse praktijk van een GRZ-afdeling ziet de werkelijkheid er echter een stuk ingewikkelder uit.

Eén cliënt, één verzekeraar, één apotheek

Voor één cliënt klinkt de nieuwe situatie nog behoorlijk overzichtelijk. Een cliënt heeft een zorgverzekeraar, kiest een apotheek en de apotheek declareert de geleverde farmaceutische zorg bij die verzekeraar. Op een GRZ-afdeling verblijven bijvoorbeeld twintig cliënten. Zij kunnen verschillende zorgverzekeraars, verschillende apotheken en verschillende hulpmiddelenleveranciers hebben. Daarbij gelden ook nog verschillende vergoedingsvoorwaarden en verschilt het preferentiebeleid per zorgverzekeraar.

In de huidige situatie kan een instelling de medicatiezorg integraal organiseren, bijvoorbeeld met één instellingsapotheek, vaste processen en een werkvoorraad. In de nieuwe situatie staat bij de farmaceutische zorg de cliënt weer centraal als individuele verzekerde. Dat betekent onder andere vrije apotheekkeuze en rekening houden met de afspraken die verschillende zorgverzekeraars met apotheken en leveranciers hebben gemaakt.

Daarmee ontstaat iets bijzonders: iets wat nu onderdeel is van een integrale bekostiging, wordt straks opgeknipt in een groot aantal afzonderlijke transacties.

Wie gaat dat allemaal regelen?

Het antwoord laat zich raden: uiteindelijk zijn het mensen die ervoor moeten zorgen dat het systeem in de praktijk werkt.

Zodra farmaceutische zorg niet meer integraal wordt bekostigd, ontstaan nieuwe administratieve handelingen. Denk aan cliëntgebonden declaraties, wijzigingen in de verzekeringssituatie, machtigingen, verschillende vergoedingsvoorwaarden en afstemming met apotheken, leveranciers en zorgverzekeraars. Als een geneesmiddel niet wordt vergoed of een declaratie wordt afgekeurd, moet bovendien worden uitgezocht wie de kosten draagt en hoe de situatie met de cliënt wordt afgehandeld.

Administratieve lasten worden vaak benaderd als iets wat er nu eenmaal is en vervolgens moet worden verminderd. Deze verandering laat zien dat een deel van die administratie juist ontstaat door de manier waarop de bekostiging wordt ingericht. Meer afzonderlijke transacties, uiteenlopende voorwaarden en meer betrokken partijen vragen vervolgens om mensen die al die onderdelen weer met elkaar verbinden.

Daar zit een interessante paradox: terwijl volop wordt gezocht naar administratieve lastenverlichting, kan een verandering in de bekostiging tegelijkertijd nieuwe administratie veroorzaken.

Daar komt een fundamenteler probleem bij. Vanuit de praktijk zijn er signalen dat de kosten van geneesmiddelen binnen de GRZ stijgen, terwijl de tarieven deze ontwikkeling onvoldoende volgen. Voor instellingen kan daardoor een financieel risico ontstaan bij cliënten die dure geneesmiddelen gebruiken.

Voor de cliënt wordt het er ook niet eenvoudiger op

Een cliënt verblijft meestal maar relatief kort in de GRZ. Iemand komt bijvoorbeeld uit het ziekenhuis, werkt aan herstel en wil zo snel en verantwoord mogelijk weer naar huis. In die korte periode kan medicatie verschillende keren veranderen. Voor de cliënt is dan vooral belangrijk dat de juiste medicijnen op het juiste moment beschikbaar zijn.

Juist daar kan de nieuwe systematiek ingewikkeld worden. Als meerdere apotheken, leveranciers en systemen betrokken raken bij de medicatievoorziening, ontstaan meer overdrachtsmomenten. Dat vraagt extra afstemming, kan de beschikbaarheid van geneesmiddelen en hulpmiddelen vertragen en het risico op medicatiefouten vergroten.

De medewerker krijgt er werk bij

Voor medewerkers geldt ongeveer hetzelfde. Als een geneesmiddel niet beschikbaar is, een declaratie wordt afgekeurd of een hulpmiddel via een andere leverancier moet worden besteld, lost de financieringssystematiek dat probleem niet op. Dan moet iemand contact opnemen met een apotheek, zorgverzekeraar of leverancier, uitzoeken welke afspraken gelden en ervoor zorgen dat de cliënt uiteindelijk krijgt wat nodig is.

Dat zijn precies de werkzaamheden waarvan al jarenlang wordt geprobeerd ze te verminderen. Administratieve lasten ontstaan immers niet alleen door formulieren die moeten worden ingevuld of registraties die verplicht zijn. Ze ontstaan ook wanneer professionals tijd kwijt zijn aan het verbinden van systemen die ieder afzonderlijk misschien logisch zijn ingericht, maar samen complexiteit veroorzaken.

Misschien is dat wel een belangrijk punt in de discussie over administratieve lasten: niet alleen achteraf proberen administratie te schrappen, maar bij veranderingen in regelgeving en bekostiging vooraf kijken welke nieuwe administratieve processen daardoor ontstaan.

Van medicijndoosje tot bestelbusje

Ook vanuit duurzaamheid schuurt de nieuwe bekostiging. In de Green Deal Duurzame Zorg is juist afgesproken om medicijnverspilling en de milieu-impact van geneesmiddelen terug te dringen. Als geneesmiddelen vaker individueel moeten worden voorgeschreven en geleverd, kan dat leiden tot meer afzonderlijke leveringen en mogelijk meer verspilling wanneer de medicatie tijdens een kortdurend verblijf verandert.

Een financiële keuze heeft daarmee ook gevolgen voor de logistiek. Want ieder afzonderlijk doosje moet uiteindelijk worden verpakt, vervoerd en afgeleverd.

Het financiële systeem ziet precies welke cliënt welk geneesmiddel heeft gekregen. Het milieu ziet vooral het bestelbusje.

Eenvoud op papier, complexiteit in de praktijk

Deze casus gaat over meer dan alleen de bekostiging van geneesmiddelen in de GRZ. Terwijl de zorg inzet op minder administratie, meer ruimte voor medewerkers, eenvoud voor cliënten en verduurzaming, dreigt een op zichzelf logische bekostigingswijziging juist meer transacties, afstemming en logistiek op te leveren.

Daar zit de paradox. Iedere regel afzonderlijk kan logisch en goed uitlegbaar zijn, terwijl het geheel steeds ingewikkelder wordt.

Misschien begint echte administratieve lastenverlichting daarom niet bij het schrappen van bestaande regels, maar een stap eerder: bij het voorkomen dat nieuwe regels nieuwe administratie veroorzaken.

Want als een vereenvoudiging uiteindelijk meer administratie, meer afstemming en meer logistiek oplevert, is de vraag gerechtvaardigd:

Voor wie hebben we het dan eigenlijk eenvoudiger gemaakt?

Auteur: Edwin Kalbfleisch
Edwin Kalbfleisch wil met zijn blogs het financieel management in de zorg toegankelijk maken en daarmee een brug te slaan tussen de theorie en de praktijk. Hij is werkzaam als Voorzitter Raad van Bestuur bij De Zorgcirkel en is schrijver van het boek ‘Financieel management in de zorg ontcijferd’.

Bekijk ook

De zorgexploitatie van gisteren belemmert de vernieuwing van morgen

Ontdek hoe je met slimme budgettering ruimte creëert voor zorginnovatie en de zorg van morgen betaalbaar en toekomstbestendig maakt.
Blog

Waarom projectcontrol draait om het toetsen van aannames

Succesvolle projecten beginnen met realistische aannames. Lees hoe projectcontrol helpt om risico's te beheersen en beter bij te sturen.
Blog

Dilemma’s uit het financiële vak: 5 inzichten

Wat maakt een financial écht waardevol in de zorg? Arend de Jong en André de Waal delen vijf praktische inzichten uit hun boek.
Blog